roven wat je roven kunt, hoe de geschiedenis zich herhaalt

Afbeelding van Piet Hein in Historia Antipodum oder Newe welt, geschreven door Johann Ludwig Gottfriedt en gepubliceerd in 1655 te Frankfurt.

Door de ogen van Columbus leerde Europa Cuba kennen. Op 18 oktober 1492 zette hij er voet aan land en noemde het eiland het paradijs op aarde.

Een kleine anderhalve eeuw later was Cuba het decor voor Piet Hein’s overwinning op de ‘zilvervloot’. In de slag bij Matanzas voegde hij daad bij het woord wat eeuwen later Balkenende de VOC-mentaliteit noemde: ‘Laten wij optimistisch
zijn! Laten we zeggen: Nederland kan het weer! Die VOC-mentaliteit, over grenzen heen kijken, dynamiek! Toch?’ 
Hij had het over durf en daadkracht als motor tot economische opleving.

Het ging over de mentaliteit die in 1847 door J.J.Viotta werd verklankt in het ‘triomfantelijk lied van de zilvervloot’ op een tekst van Amsterdamse arts J.P Heije. En ook hij schreef het als opvoedkundige oppepper. Nog altijd is het een vaderlandse klassieker.

In Wikipedia valt over die ‘triomf’ – die in een reactie op Balkenende door Marijnissen als rooftocht en het begin van het Nederlands kolonialisme werd gekarakteriseerd – te lezen: ‘Deze overval, de Slag in de baai van Matanzas, leverde 11.509.524 guldens op (na aftrek van de kosten kennelijk zo’n zeven miljoen want de stadhouder had recht op 10% van de winst en kreeg volgens een latere opgaaf van Johan de Witt 700.000 guldens), een gigantisch bedrag voor die tijd: het equivalent in koopkracht van ruwweg een half miljard euro in huidig geld, terwijl de Nederlandse economie toen ongeveer
twee orden van grootte kleiner was dan de huidige. Piet Hein werd daarvoor beloond met zesduizend guldens en de bemanningsleden met elk 200 gulden, wat zelfs tot oproer leidde. De verovering leverde hem de grote faam op in Nederland die tot de dag van vandaag voortduurt. Met de opbrengst van dergelijke goud- en zilvertransporten bekostigde Spanje de strijd tegen de Nederlandse opstandelingen (Tachtigjarige oorlog). Het verlies betekende voor de Habsburgers dus niet alleen een overeenkomend verlies aan prestige maar ook de feitelijke onmogelijkheid de oorlog nog tot een goed einde te brengen. Vanaf dat moment zou de positie van Spanje als wereldmacht binnen één generatie verloren gaan. De Republiek had nu echter het geld om in 1629 de zeer dure belegering van s’Hertogenbosch te beginnen, de onneembaar geachte ‘Moerasdraeck’, waardoor de Habsburgse landblokkade gebroken zou worden; een versterking van stadhouder Frederik Hendriks reputatie als ‘Stedendwinger’, die al begonnen was met de herovering van Grolle in 1627. Toch waren er ook indirecte nadelen voor de Zeven Verenigde Nederlanden: als centrum van het ontluikende hoogkapitalisme waren ze kritisch afhankelijk van een onbelemmerde werking van de geldpomp die de zilvertransporten voor de wereldhandel waren. Het even vasthouden van het zilver veroorzaakte een dip in de wereldeconomie. Dat besefte toen echter
niemand en het hele volk maakte zich op voor een heldenontvangst.’

‘Quel humour dans l´histoire’, zoals de Fransen dat zeggen. Wat een voorbeeldige mentaliteit die roof koppelt aan oorlog, economische dip en heldenstatus.

Cuba bleef ondanks de triomf van Hein in Spaanse handen. Een doorn in het oog van de Cubanen die niet alleen streden om zelfbeschikking maar met hun voorvechter José Martí tevens opkwamen voor het zelfbeschikkingsrecht van het gehele Zuid-Amerikaanse continent. Een proces dat door inmenging van de Noorderbuur nog altijd wordt gefrustreerd. Martí ging het niet om geld maar om welzijn. Om, zoals hij het stelde en zoals het nog altijd in Cuba klinkt: Con todos y para el bien de todos (Het zich met zijn allen inzetten op het welzijn van allen)

Uit: Historia Antipodum (1655). De overwinnaar heeft altijd gelijk.

Voor een toepasselijk `triomfantelijk lied’: http://www.youtube.com/watch?v=vZLd81IHGQw&feature=related

Meer over die slag bij Matanzas: http://nl.wikipedia.org/wiki/Slag_in_de_baai_van_Matanzas