ha$ta la victoria $iempre

Even waren vorige week de ontwikkelingen in de relatie tussen de gezworen vijanden Cuba en de Verenigde Staten in staat om zich door het gedoe rond de zorgwet naar de voorpaginakoppen te vechten. Door het hele wereldnieuws zoemde het: heb je het al gehoord.

Maar wat is er nu zo bijzonder aan de Cubaans-USA handreiking of andersom aan de USA-Cubaanse?

- Het gebeurt nu Obama nog twee jaar heeft te gaan. Dus voldoende tijd voor de Republikeinen om aan dit voldongen feit te wennen.

- Beide broers Castro leven nog. Zij zijn daardoor in staat om het proces te sturen voordat Raúl gaat terugtreden als president.

- Het vrijkomen van de zogenaamde Cuban Five is voor de gebroeders Castro en de Cubanen van ongekende betekenis. Al hun inzet is in deze titanenstrijd gericht geweest op het levend laten terugkeren van landgenoten die volgens Cubaanse opvattingen
onterecht in de gevangenis zaten. Daarnaast is het bijzonder dat de hele wereld in een mediaspektakel kennis heeft kunnen nemen van een humanitair schandaal dat jaren door de internationale pers werd doodgezwegen: het onrecht dat vijf Cubanen door het rechtssysteem van de Verenigde Staten werd aangedaan. Daarnaast is het goed dat Alan Gross levend naar de Verenigde Staten kon terug keren. Zijn dood in een Cubaanse gevangenis zou evenals de dood van één van de Cuban Five in een gevangenis van de Verenigde Staten een nauwelijks te verwerken emotionele opdoffer zijn geweest; er zou vanuit beide kampen over moord zijn gesproken. Het had een toenadering in dat geval zo goed als onmogelijk hebben gemaakt.

- Belangrijk is de verzoenende invloed van kerkleider Franciscus geweest. Zoals er die eerder was van Johannes Paulus II. De invloed van religie op politiek leidt vaak tot verkettering van wie anders denkt. Maar in dit geval is er sprake van een sympathie die
invloedrijk is en invloedrijk blijft doorwerken.

- In de Westerse euforie over wat de toenadering in economisch opzicht gaat betekenen, is de blik hoofdzakelijk gericht op ontwikkelingen in Havana. Maar Cuba is meer dan de hoofdstad en de invloed van het denken van José Martí, hun vader des
vaderlands, reikt in ethisch opzicht verder dan de consumptieve blik van de stadsbewoner zoals die in de Westerse pers de beeldvorming stuurt: het leven in een stad is per definitie anders dan leven op het ritme en de sociale controle van het platteland.

- Iets wat weinig aandacht kreeg in het wereldnieuws – en zeker in het Nederlandse – was wat achter de rug van Raúl Castro aan de muur van zijn werkvertrek viel te zien.
Achter hem geen portret van hemzelf als president noch van zijn broer, maar portretten van de vrijheidsstrijders Martí, Maceo en Gomez. In Cuba is symboliek erg belangrijk en zeker in dit geval. Martí is de stut- en steunpilaar van het Cubaanse denken en doen. Geen Lenin noch Marx en zeker geen Stalin ofschoon in het Westen Cuba het stempel communistisch heeft. Raúl Castro heeft er zeker mee willen uitdrukken dat het in Cuba gaat om het uitdragen van opvattingen van José Martí. De schrijver van Nuestro América.

- Engels als taal zal niet langer de taal van de duivel zijn. Het zal toegankelijker worden om Engels te gaan studeren.

- En laat me een hoop uitspreken: misschien dat de subsidie-economie in Cuba kan worden omgezet in het invoeren van een basisinkomen voor iedereen. Daar ligt in Cuba een uitstekende basis voor en het zou een belangrijke stap zijn in het zoeken naar
een uitweg uit het dubbele valuta-systeem waardoor de Cubaan die toegang heeft tot de convertibele peso – de CUC – een factor vijfentwintig keer meer heeft dan de Cubaan voor wie die toegang ontbreekt.

http://www.basicincome.org/bien/